Camping De Ruimte in Dronten

Het laatste weekend van het kampeerseizoen: 25 en 26 september. Na dit weekend gaan de meeste campings dicht, om pas weer in maart open te gaan. Dit weekend was het ook nog eens het laatste warme weekend van het jaar. En dus besloot ik op zaterdagochtend dat er maar een ding te doen stond. We moesten dit weekend nog een keer kamperen, voordat de tent zes maanden opgeborgen zou worden. 

En zo belde ik camping De Ruimte in Dronten op. Kan ik komen kamperen? Aan de andere kant van de telefoon klonk het verbaasd. “Ehh, ja hoor! En u mag ook zondag zo lang blijven als u wilt. Er is niemand meer, het is onze laatste dag.” Dit liet ik me geen twee keer zeggen. We pakten snel alles bij elkaar, en 4 uur later stond ons tentje in het midden van een leeg veld, waar alleen nog een aantal senioren hun caravan had staan. 

Een beetje droevig? Eigenlijk helemaal niet. We hadden de camping letterlijk voor onszelf. Vriendjes maken bleek helemaal niet waar de meiden op uit waren. De vijftig fietsjes die stonden geparkeerd om kinderen op de been te krijgen, werden een voor een getest. Dit had als resultaat dat Yara, de jongste, leerde fietsen zonder zijwieltjes. Ook de trampoline en speeltuin hadden ze voor zichzelf. Meer hadden ze niet nodig. 

Waarom kamperen?

Je zou je kunnen afvragen wat het nut is om een tent op te zetten op een leeg grasveldje, om vervolgens in de kou te gaan slapen en de volgende dag diezelfde tent weer in te pakken. Ik heb me dat ook wel even afgevraagd, maar als ik dan naar de kinderen keek, wist ik het antwoord al. 

Er is iets dat een camping met je doet. Wat het met ons doet. Zodra we de auto uitstappen, voelt iedereen zich vrij. We hoeven helemaal niets. Mijn kinderen zijn normaalgesproken best op mij gericht, maar hier sprongen ze gelijk op de fiets en reden ze rondjes over de camping alsof ze er al jaren kwamen. Dit alles terwijl ik de tent opzette, en geloof het of niet, ook dat vind ik leuk om te doen. 

Bovendien doet deze camping zijn naam eer aan. Er mocht nu dan wel bijna niemand zijn, maar ook in de zomer schijnt de ruimte hier kenmerkend te zijn. Van de mensen die er nog staan, hoor ik dat ook hun kinderen zich hier vrij voelen, juist omdat iedereen zijn eigen plek heeft, er een ongedwongen sfeer hangt en heel veel ruimte is.

Dronten en omgeving

Dronten is verder geen interessante plek. Ik dacht in de Veluwe te zitten. Dat had ik namelijk gegoogeld. Maar in de haast had ik niet gezien dat de camping aan het Veluwemeer zit, en niet in de Veluwe zelf. Dit meer is een randmeer, wat betekent dat het een natuurlijke grens is tussen de Veluwe en het noorden van Nederland. En ik zat dus aan die noordelijke kant, in Flevoland.  

Wat er wel was, was het meest spectaculaire kabouterbos dat ik tot nu toe heb gezien. Dit bestond niet alleen uit een kabouterpad met speurtocht, maar ook een daarbij horend kabouterrestaurant, met kabouterspeeltuin. Nog nooit heb ik zo veel kabouterdingen bij elkaar gezien. Kabouterhuisjes, miniatuurtjes, spelletjes: het leek wel een klein kabouterland. 

Na een wandeling in het toch wel mooie bos (Flevoland is aangelegd door de mens, ik had hier geen wonderwoud verwacht), streken we neer in deze speeltuin. Daar hebben de meiden zich nog een heerlijke middag vermaakt, terwijl ik genoot van het laatste zonnestraaltje van deze nazomer.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *