Ganzen eten en schapen tellen op het boerenoogstfeest



Midden-Delfland is absoluut een persoonlijke favoriet als ik een bakfietsavontuur uitstippel, en daarom was ik dan ook verheugd te lezen over het Boerenoogstfeest van de Adrianushoeve Vockestaert. Midden in de polder, en toch prima te bereiken met de fiets. Dus daar gingen we vanmiddag. 

Ik was nog nooit zo ver ten noorden van Schiedam geweest met de fiets. De boerderij Vockestaert ligt ten noorden van Kethel, nog voorbij het WIJland, dat naar mijn gevoel al het einde van de stad Schiedam aanduidt. Maar nu gingen we nog een afslag verder, nog meer de polder in. 

Ik bedacht trots dat ons bakfietsavontuur van vandaag ons wel heel ver de natuur in bracht, toen we tot mijn verbazing op een snelweg stuitten. “De A4, daar hebben we destijds nogal tegen gedemonstreerd”, vertelt mijn moeder, die ook mee was.

Maar eerlijk is eerlijk, als je eenmaal de snelweg over bent (dit kan gewoon met de fiets via een brug) en je de boerderij oploopt, is van de A4 niets meer te horen of zien. Het is in een soort bak gebouwd, om overlast te beperken. 

Schapenherder

Dat is maar goed ook. Want Vockestaert is een schapenboerderij. Een kudde van ongeveer 300 schapen zorgt dat de ‘Zuidrand’, het natuurgebied dat langs Vlaardingen, Schiedam en Midden-Delfland ligt begraasd wordt. Een natuurlijke vorm van begrazen noemen ze het. 

Een herder op de boerderij kon er van alles over te vertellen. Zo legde hij uit dat de schapen en hij geen maatjes waren, ook de herdershond en de schapen niet. Hij en zijn hondje, dat is het team. En de hond is de ‘vijand’ voor de schapen, ze lopen van hem weg, zoals schapen ook weglopen van een vos. Dit is het spel dat de hele dag gespeeld wordt op de vlakte: hij instrueert zijn hondje om de schapen van achter (als ze ergens heen moeten lopen) of juist van voren (als ze ergens moeten stoppen) te benaderen. Het hondje liet braaf zien hoe hij dit deed. 

Het was mijn favoriet van de middag, en ook de kinderen vonden het interessant. Maar voor hen waren er andere hoogtepunten. Mijn oudste vond het kabouterpad het leukst, vertelde ze in bed. Rondom de boerderij waren opdrachtjes uitgezet, inclusief schaapje prik. De jongste ging vooral op in het doen van de was volgens oude boerse traditie: met groene zeep en een kledingdrukker om het droog te krijgen. 

Ganzenjacht

Ik leerde vervolgens nog iets over de ganzenjacht. Na een stukje ganzenvlees geproefd te hebben, begon de man achter het kraampje te vertellen. De ganzenpopulatie is momenteel te groot, veel groter dan wat het ooit geweest was. Dit zorgde voor overlast, op boerderijen maar ook op vliegvelden. Want als een gans in een vliegtuigmotor terecht  kwam, dan had je een probleem. Daarom mogen jagers op de gans jagen, graag zelfs. 

Het verhaal intrigreerde me, omdat ik die ochtend nog een gesprek met mijn dochter shad gehad over eten en gegeten worden. Ik had hen geprobeerd uit te leggen wat de voedselketen inhield, en verteld dat leeuwen, om maar een voorbeeld te noemen, zebra’s opeten. Ik zag de uitdrukking op hun gezichten. Empathie, bedacht ik me, iets dat wij dus hebben, en die leeuw niet. 

Het was diezelfde empathie die om de hoek kwam kijken toen ik het stukje gans in mijn mond stopte. Gans, is dat niet die mooie vogel in de lucht? Waarom eet ik die op? Het verhaal van overpopulatie hielp. Het was dus toch ergens goed voor. Als we dan jagen, laat het dan ergens goed voor zijn. 

Toch kon ik het verhaal niet loslaten. Het gevoel besloop me, dat we als mensen toch wel raar bezig zijn. De ganzen waren toch eerder bewoners van het luchtuim. Wij met onze vliegtuigen kwamen daar maar bij. En daar willen we, gezien de gedeelde vliegschaamte, toch ook weer van af. Waarom zijn we dan toch zo bezitterig over die natuurlijke ruimte? Ook de snelweg, hoe mooi ook gebouwd, is daar een voorbeeld van.

Eenmaal thuis kwam ik mijn buurman tegen. Ook hij help mee aan het verjagen van ganzen op het vliegveld, al is het met een valk. “Dit is echt nodig hoor”, benadrukte hij nog eens. “Bovendien is gans erg lekker. Ik zal het eens voor je klaarmaken.” Ik weet nog niet wat ik er van vind, maar inderdaad, lekker was het wel. 

Dit vind je misschien ook leuk...

1 reactie

  1. André van Leijen schreef:

    Met plezier gelezen. Wij eten tegenwoordig nauwelijks vlees meer. Als we dat doen, is het een poldergans of een wild zwijn. Die hebben tenminste vrij rond kunnen lopen. Bovendien zijn er op het ogenblik erg veel.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *