Nomaden in een bakfiets

Als ik bedenk wat ik het liefst doe in het weekend, is het toch erop uitgaan met de kinderen. Het liefst op de bakfiets en de hele dag. Op zo’n favoriete dag schijnt natuurlijk de zon, zeuren de kinderen niet onderweg en hebben we het liefst ook geen ongelukken, wat natuurlijk kan gebeuren op de fiets. 

Afgezien van de zon, zijn deze dagen niet uniek. We gaan regelmatig op stap en als het ook maar even kan, met de bakfiets. En daarmee bedoel ik: als ik hier 45 minuten voor moet ploeteren, dan vind ik dat prima. Waarom zou ik dat doen? Heb ik soms zo’n elektrische, pijlsnelle bakfiets? Nee hoor, het is een krakkemikkig ding dat bijna uit elkaar valt en op de kleinste heuvel al aanvoelt als een ware workout. Maar toch word ik er intens gelukkig van. 

Het geeft me een gevoel van vrijheid, dat ik niet heb als ik met de bus of auto ga. Het gevoel dat we overal heen kunnen, en waneer we maar willen kunnen vertrekken. Alles past er bovendien in, dus een picknick onderweg is niet uitgesloten. Het voelt een beetje als een nomadenleven: zo’n gevoel dat je alles bij je hebt wat je nodig hebt om je dag perfect te maken. 

Je ziet veel meer

Maar dit kan toch ook met de auto, hoor ik je denken. Ja, we gaan ook echt wel eens ergens met de auto naar toe. Maar op de fiets zie je meer, voel je meer. Je rijdt door de stad, in plaats van er om heen. Je rijdt ook wel eens de stad uit, een weiland in, om aangenaam verrast te worden. Bovendien doen jouw voeten het werk, jij legt de afstand af, niet een machine onder je. Het geeft mij een gevoel van voldoening en ontspanning. 

Deze gevoelens zijn diepgeworteld, bedenk ik me. Vroeger wilde mijn oma altijd met ons ‘zwerven’. Dan haalde ze ons op van school, en in plaats van direct naar huis te gaan, gingen we wandelen, zonder bestemming. We streken dan neer op bankjes die we leuk vonden, en dan vertelde ze ons verhalen. We hadden alles bij ons wat we nodig hadden, en konden overal naar toe. 

We zouden zigeuners zijn

Mijn oma had het eens uitgezocht: onze familie zou van de zigeuners afstammen. Er werd lacherig over gedaan, maar ik zag het wel. We hadden het allemaal een beetje, in ieder geval de reislust. Het feit dat mijn oma, op 70-jarige leeftijd, geen behoefte had aan wat zekerheid of comfort, vond ik geweldig. Ze moest wel zigeunervoorouders hebben. 

Of dit zigeunerbloed nog steeds aanwezig is bij mijn nageslacht weet ik niet. Kinderen willen immers nooit naar huis, en vinden het nooit genoeg. Maar ik geniet ervan. Een dag op het strand eindigt niet per se om 6 uur. Laten we nog even blijven, dan eten we onderweg wel wat. Dan komen we onderweg nog een leuk huisje tegen, waar ze op of in kunnen klimmen. En natuurlijk is er altijd wel een ijswinkel die opeens opduikt. Laten we het afsluiten met een ijsje! Wie zegt daar nou nee tegen? 

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *