Een echt bakfietsavontuur – door de Botlek

Toen ik deze blog begon, was het eigenlijk dit verhaal dat ik als eerste wilde schrijven. Dit is een bakfietsavontuur dat de naam van deze blog eer aan doet. Een beetje later dan gepland en dus niet helemaal actueel, maar toch vind ik het leuk om te delen.

Ik stel alvast voorop: dit bakfietsavontuur liep niet zoals gepland. We hebben de bestemming nooit met de fiets bereikt, en de kinderen waren niet erg blij. Daarentegen ik heb zelf wel genoten van de reis. Want, zoals men zegt: het gaat niet om de eindbestemming, maar om de reis er naar toe. Nog iets te veel wijsheid voor de kinderen, vermoed ik.

De eindbestemming was een feestje van vrienden ik Hoogvliet. Wij wonen zelf in Schiedam. Het leuk me leuk om met de fiets te gaan. Het tussenliggende industriegebied zie je normaalgesproken alleen maar vanuit de auto of de metro. Het is geen natuurgebied dat je gezien moet hebben, en er zitten allemaal vervuilende bedrijven. Maar het is goed om je bewust te zijn van wat er zich afspeelt in je achtertuin, vond ik. Bovendien was het alternatief, het OV, niet aantrekkelijk, omdat we uiteindelijk nog heel veel zouden moeten lopen.

Pernis

Om in Hoogvliet te komen op de fiets, moesten we eerst naar Pernis, een dorp tussen de havens van Rotterdam. Ik wist eigenlijk vrij weinig over deze plek, behalve dat er een metrohalte is, die eruitziet alsof het alleen voor havenarbeiders bestemd is. Dat er ook echt mensen wonen, daar had ik nog niet bij stil gestaan. Dat er ook een park ligt, midden in het het rauwe havengebied, had ik al helemaal niet verwacht. Ik besluit Pernis op mijn lijst te zetten van plekken die ik nog eens beter wil bekijken.

Ik doe dit niet in het minste geval omdat het leuke gedeelte van de reis zich afspeelt in de Beneluxtunnel, de tunnel waarmee je onder de Nieuwe Maas doorrijdt. Dit doen heel veel auto’s per dag en de metro, maar dit kan dus ook op de fiets. Ik had er al eens over gehoord, er zijn mensen die speciaal voor de tunnel hier naartoe komen. En ik snap het wel: het is een beleving. Een lift brengt je ver onder de grond, en vervolgens rijd je keihard nog een heel stuk naar beneden over het fietspad (en helaas ook weer naar boven). Bovendien zie je de Nieuwe Maas vanaf de oever. Wanneer ik met de metro of auto naar Hoogvliet ga, ben ik me niet eens bewust van het bestaan van deze rivier.

Eenmaal aan de andere kant van de tunnel aangekomen, begeven we ons in havengebied. Buizen, pijpen, leidingen, silo’s, containers, kranen, treinen etc. Het is een beetje futuristisch, en op een manier zelfs wel mooi. Als de zon ondergaat, schitteren de zilverkleurige buizen en lijkt het allemaal net een kunstwerk, een beetje als het atomium in Brussel maar dan veel groter. De opgestapelde containers zorgen voor kleur in het plaatje. ‘Vinden jullie het ook mooi’? vraag ik de kinderen. ‘Nee, zijn we er al?’, klinkt het knorrig. Dit uitje was duidelijk niet aan hen besteed.

We rijden verder, langs het hoofdkantoor van de Shell, de grote naam in dit gebied. Het is ook een van de grote namen in de media als het om het klimaat. Shell Pernis behoort tot een van de tien tot twintig grootste uitstoters van broeikasgassen in Nederland, dus voor een transitie naar duurzamere energiebronnen moeten we hier zijn.

Ik rijd met een gemengd gevoel door het industrieterrein. Ondanks het futuristische dat tot mijn verbeelding spreekt, vraag ik me ook af wat hier allemaal gebeurt, iets waar ik weinig weet van heb terwijl het in mijn achtertuin ligt. Ik woonde als kind nog dichterbij de haven, en mijn ouders vertelden later dat dit een groot risico met zich meebracht. Als hier iets ontplofte, dan was niet alleen Pernis maar ook Schiedam in gevaar. Mijn ouders waren dan ook ‘neus’ voor de gemeente. Ze moesten om de zoveel tijd even de lucht om zich heen ruiken, om te bevestigen dat alles nog steeds OK was.

Na de Shell en een hele hoge steile brug, die eigenlijk te steil is voor de bakfiets, komen we aan bij Hoogvliet. Maar, de stad waar inmiddels het feestje al in volle gang is, ligt aan de andere kant van de snelweg. Hadden we dan iets te aandachtig naar de wondere wereld van Shell staan kijken?

We gaan dezelfde brug weer af, op zoek naar een oversteekplaats. En weer op, omdat hij daar niet was. Dan nog een keer aan de andere kant proberen. Hier was het mogelijk, voordat het viaduct voor fietsers werd opgebroken voor onderhoud. Nee, we komen er echt niet. En die brug kwam ik ook niet meer op.

Het was een beetje teleurstellend. Ik was vertrokken vanuit de gedachte dat je overal heen kon fietsen. ‘Dit is niet zo’n leuk bakfietsavontuur’, had mijn oudste dochter inmiddels al een paar keer opgemerkt. Dus echt plezierig was het ook niet meer. Gelukkig zagen we wel een loopbrug over de snelweg, waarmee we de McDonalds zouden bereiken. Maar een bakfiets krijg je niet zo makkelijk opgetild. Ik besluit uiteindelijk om de vrienden te bellen die het feest geven.

‘Je bent wat?’ klinkt het aan de andere kant als ik vertel dat we op de fiets zijn. ‘Dat heb ik echt nog nooit geprobeerd.’ En inderdaad, het viaduct was eerder wel open, dus het had gekund, maar heel zeker weet hij dat ook niet. Als we naar de McDonalds lopen, kunnen we daar met de auto worden opgehaald. Een beetje een anticlimax, maar wel een avontuur.

Dit vind je misschien ook leuk...

1 reactie

  1. André schreef:

    Volgende keer pak je de auto, toch? Alleen levert dat niet zo’n mooi verhaal op.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *