Schoonheid door de ogen van een kind
Het is zondagavond. Ik heb de dag erop een fotoshoot op kantoor. Ik kijk in de spiegel, en je raadt het al: een grote, rode puist is in opkomst. “Oh nee, een puist!” roep ik dan ook. Maar gelukkig zijn daar mijn kinderen. Vier grote ogen naderen mijn gezicht. Ik word goed bestudeerd. “We zien hem niet hoor, mama.”
Als het gaat om mijn uiterlijke vertoning, durf ik op mijn dochters te vertrouwen. Ze mogen dan drie en zes zijn, maar ze zijn eerlijk. Ze zeggen wat ze zien, zonder filter. “Mam, je benen zijn weer dik”, is het dan, als ik ook maar een kilo ben aangekomen. Ze zien het. Of laatst, toen ze een foto van mij op mijn werk zagen. Op deze foto was ik opgemaakt, lippenstiftje op, haar netjes naar achteren. Dat vonden ze ‘mooi’. Maar thuis was ik niet zo mooi.
Dat valt natuurlijk wel mee, ik ben thuis ook best mooi, vond ik. Maar toch zette de opmerking me aan het denken. Want het was de opgemaakte versie van mama die ze mooi vonden, niet de naturel versie, de meest vertrouwde versie, hun eerste aambeeld na geboorte. Betekent dit dat het toonbeeld van mooi zijn nu al tot ze is doorgedrongen? Nu al?
Prinsesjes of kleurtjes?
Dat zou best kunnen. Ook kinderfilmpjes zitten vol met hints naar prinsesjes, die mooie jurken dragen en prachtig haar hebben. Met glitters, tot aan de heupen en altijd zonder dode puntjes. Ja, die prinsesjes waren ook binnenshuis mooi, daar kan mama niet aan tippen (en dat probeert mama ook niet).
Maar, ik bedacht me dat het ook gewoon kon gaan om het simpele feit dat kinderen van kleurtjes houden. Niet van het net-wakker gezicht, maar van het gezicht met leuke tierelantijntjes. Ik krijg dan ook regelmatig de vraag waarom ik geen glitters op mijn wangetjes smeer. Of waarom ik vandaag geen roze jurk aantrek. Waarom zou ik kiezen voor zwart of donkerblauw? Roze is toch mooier?
Eigenlijk vind ik dat zelf ook gek. Waarom houden we als kind zo van kleurtjes, en zijn we als volwassenen opeens zo sober? Waarom zou ik eigenlijk niet in een pimpelpaarse jurk naar kantoor gaan? Roze is misschien niet mijn kleur, maar paars wel. Toch is er maar weinig paars in mijn leven.
Als ik de volgende dag op mijn werk kom, zie ik hoe mijn collega’s over hun eigen beste look denken. De meeste vrouwen hebben zwart aan. Dat kleed mooi af, kleurt goed bij het gezicht. Ook bij mij is dat zo, vind ik. Toch heb ik voor deze ene keer gekozen voor een turquoise shirt, misschien wel onder lichte invloed van mijn dochters. Die overigens, na nog een keer iets beter kijken, toch wel de puist zagen zitten. Trots dat ze waren! “Ik zie hem mam, ik zie hem!” “Eh..ja, bedankt lieverds!”


Leuk verhaal, Majorie. Ik moet beetje lachen ook.